Slagveld

Alhoewel deze ziekte me nooit heeft verslagen, voelt het soms wel zo. Telkens ik denk dat dit verhaal ten einde is, komt er een nieuw hoofdstuk. Ik word geterroriseerd en blijf in de ban van wat was. Het heet PTSS.

Ik keer even 9 jaar terug. De zieke kankercellen zitten in mijn lijf. Mijn leven neemt een bocht, staat op zijn kop, staat stil. Het wordt nooit meer zoals vroeger, maar dat weet ik dan gelukkig nog niet. Ik word uit mijn toenmalige studentenleven gerukt. En met die ruk verlies is al wat me op dat moment het meest dierbaar was: mijn sociale verworvenheden, mijn hobby’s, mijn vrijheid, mijn vrienden. Ik was 21 en ik timmerde aan mijn sociaal leven, ik timmerde aan mijn toekomst door in duizend verenigingen tegelijk actief te zijn, ik timmerde aan mezelf en wie ik zou kunnen en mogen zijn.

Op slag was dat een vage herinnering en werd ik gekluisterd aan een bed en werden intellectuele uitdagingen vervangen door onmenselijk diepe vraagstukken over leven en dood. Werd een nachtje doorsteken in een fout café vervangen door een nacht liggen piekeren over de volgende ingreep die me te wachten stond.

Het was de meest eenzame periode van mijn leven. Buiten mijn ouders, was er niemand. Ik ken wel heel wat redenen waarom mensen toen niet tot bij mij zijn geraakt, zijn afgehaakt of nooit iets van hen hebben laten horen, of slechts een enkele keer iets konden laten weten. Ik ken ze, ik begrijp ze. Maar mijn realiteit verandert niet. Ik heb dit helemaal alleen moeten doen. Naast deze traumatiserende ervaring, draag ik tot op vandaag het gevoel mee dat er niemand was die de rit mee heeft uitgedaan met mij. Die me heeft getoond dat ze me wouden bijstaan in een slechte, verschrikkelijke periode. Dat ze hoopten dat het voor mij nog niet voorbij was.

Dat vreet aan je eigenwaarde. Ik wist toen heel goed wie ik was, wie ik wilde zijn, waarom ik iets deed en wat ik dacht. De jaren na de ziekte, de revalidatie, de zoektocht naar een nieuw leven zijn een uiting geweest van dit verlies aan zelfvertrouwen. Was er iets aan mij, in mij, over mij dat ervoor had gezorgd dat niemand voor mij die moeite had gedaan? Het heeft me doen wankelen, jaren aan een stuk. Tot op vandaag.

Ik ben toen helemaal alleen terug de wereld in moeten trekken. Ik had geen groepjes meer, geen vaste vrienden, mijn telefoon rinkelde nooit. Als ik zelf een oproep deed, werd die vaak lauw beantwoord. Dit laat een diepe knauw na in je basisvertrouwen in je medemens, maar vooral een diepe put achter waar je eigenwaarde vroeger zat.

Ik weiger me daar nog langer voor te schamen. Maar dat heeft me veel moeite gekost. Ik besef nu dat er niets fundamenteel verkeerd is met hoe en wie ik ben. Ik heb gewoon dikke pech gehad. Een samenloop van omstandigheden hebben dit veroorzaakt. De mensen die ik vandaag mijn beste vrienden noem, kende ik al voor mijn ziekte, zijn er niet geweest tijdens mijn ziekte en zijn dan terug opgedoken in de laatste jaren. Ik heb ze een voor een vergeven dat ze toen daar niet waren voor mij. Dat heeft enorm veel van mij als persoon gevraagd.

Ik schrijf dit niet neer om iemand te schofferen of dingen opnieuw op te graven. Ik weet dat sommigen zich daar ook oprecht slecht over voelen. Ik schrijf dit ook niet neer om hier het verklarend antwoord te geven op de vraag waarom er toen niemand was. Nee. Ik schrijf dit neer omdat mensen soms handelen en denken vanuit een eigen achtergrond die je niet kent. Die je niet kan kennen of begrijpen. Hoe meer je bij elkaar kan en mag binnen kijken, hoe meer je kan opsteken en kan begrijpen wat je kan betekenen voor elkaar.

Als mensen uit een oorlog terugkomen met PTSS, dan weet men waarover het gaat. Wel, dit gaat over mijn PTSS na kanker. Mijn lichaam is een slagveld geweest. De kanker heeft gelukkig het onderspit moeten delven voor de chemo. Ik heb echter lichamelijke en emotionele littekens voor het leven. Ik heb een trauma opgelopen. En soms kan een geur, een plaats, een handeling mij terug katapulteren naar die nare tijd. Dan barst ik uit in tranen, krijg ik nachtmerries, kan ik een paniekaanval krijgen,… the whole shabang.

Ook op sociaal vlak zijn er triggers, uitspraken, momenten en gedragingen die mijn diepe pijn van toen kunnen terugbrengen. Het idee dat ik die persoon ben dat niet waard is om gesteund te worden in haar strijd voor het leven, is het duiveltje die voor altijd op mijn schouder zit… En af en toe mijn strot toe nijpt.

Advertenties